Dr. Sarphatihuis

Dr. Sarphatihuis
3.5

Het Dr. Sarphatihuis: een fort met leven in de brouwerij

Amsta: Dr. Sarphatihuis
Roetersstraat 2
1018 WC Amsterdam
Tel: 020-5440404
www.amsta.nl/Dr.Sarphatihuis

Klik hier voor de link naar Dr. Sarphatihuis (waardering 6.9) op ZorgkaartNederland.nl.

Klik op de afbeelding voor de zorgvisite in pdf.

  • Een interview op locatie, terwijl jong en oud worden samengebracht
  •  Dr. Sarphati: een groot Amsterdams weldoener
  •   Doe als het Concertgebouw doet en maak via transparante aangebouwde nieuwbouw contact met de omgeving
  • Een goede buur is beter dan een verre vriend
  • Etaleer je direct in de entreehal met plattegrond, goed gevuld folderrek en wat er vandaag/van de week te doen is
  • Het atrium is DE centrale ontmoetingsplek
  • Er worden veel aaitjes en knuffels uitgedeeld
  • Het ‘thuis gevoel’ is op de afdelingen ver te zoeken
  • Vrijwilligers geven jeu aan het leven
  • De tuin is mooi, maar heeft meer potentie
  • En hoe zit het nu met het personeel?
  • Er is letterlijk winst uit de plek te halen

Een interview op locatie, terwijl jong en oud worden samengebracht
Aan de vooravond van “De week tegen de Eenzaamheid’ worden we door de NTR, radio 5 uitgenodigd voor een interview over onze zorgvisites. Ze hebben erover gelezen in de krant, die vanwege deze week is uitgegeven en willen op locatie meer horen over hoe we te werk gaan.
Het Dr. Sarphatihuis -zo laat de NTR ons weten- staat er meteen voor open ons te ontvangen. En zo gaan we er op 22 september te voet op af. In het atrium gonst het van plezier. Leerlingen van groep 7/8 van de Dr. E. Boekmanschool, die in dezelfde straat gevestigd is, zijn hier vandaag neergestreken in het kader van het Project Natuurburen. Het is een initiatief van Welzijnsorganisatie IJsterk, in het kader van het nieuwe welzijn. Oud en jong worden samengebracht rond het thema natuur. Op de tafels staan opgezette dieren, een vos, een hermelijn, een uil en nog zoveel meer met een hoog aaibaarheidsgehalte. De ouderen vertellen de kinderen over of en hoe zij in hun leven met deze dieren in aanraking zijn gekomen. De kinderen hebben plastic zakken bij zich, waarin zij een vrucht of een groente verbergen. De ouderen mogen met de ogen dicht in de zak voelen en raden wat het is: een komkommer? Een prei? Een appel? een peer? een ananas?
Het schoolhoofd zit ondertussen achter de piano en speelt ‘Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy’ van de legendarische Ramses Shaffy, die als voormalig bewoner het Sarphatihuis in de kijker heeft gezet als een huis, waar veel mogelijk is.

Onze reporter van radio 5 heeft meteen ook een tip: verpleeghuizen investeer alsjeblieft een keer in een goede geluidsinstallatie. Je hebt deze zo vaak nodig. Al te vaak maakt hij mee dat er piepende en krakende geluiden uitkomen, waardoor de boodschappen die men wil overbrengen bij toch al hardhorende mensen niet aankomen. Bij deze!
En hij vraagt natuurlijk: “Hoeveel THekopjes?” Spontaan jureren we het huis op vier. Voor onze ‘zorgvisite’ gaan we een week later nog een keer op bezoek.

Dr. Sarphati: een groot Amsterdams weldoener
De Amsterdamse volksmond spreekt van het Sarphatihuis; de alleroudse Amsterdammers kennen het als De Roetersstraat, het gemeentelijke armenhuis, waar je vooral niet in terecht moet komen. Het doet geen eer aan Dokter Samuel Sarphati (1813-1866), de man die een lans brak om Amsterdam te verfraaien en de stad een Parijse allure te geven en zich inspande voor goede woon-, leef en werkomstandigheden voor de arbeiders. Zo stichtte hij bijvoorbeeld een vuilnisophaaldienst en richtte zelf een broodbakkerij op, waar hij brood verkocht aan de arbeiders brood voor 30% onder de normale prijs. Het logo en naambordje van het Dr. Sarhatihuis weerspiegelt de chique roots, terwijl het huis zichzelf toch het liefst profileert als een echt Amsterdams verpleeghuis.

 

Doe als het Concertgebouw doet en maak via transparante aangebouwde nieuwbouw contact met de omgeving
Zoals gebruikelijk maken we eerst een rondje om het huis. Het Dr. Sarhatihuis is een enorm groot huis met erg veel bewoners. Misschien momenteel wel het grootste aantal van alle Nederlandse verpleeghuizen, nu het eerbiedwaardige Amstelhof is vervangen door de Hermitage aan de Amstel.
Aan de smalle Kerkstraatzijde wordt het huis afgesloten door een hoge muur, hekwerk en spijlen, die enig zicht op het gebouw mogelijk maken. Daar bevindt zich ook de parkeerplaats en de fietsenstalling voor het personeel.

In het gebouw zien we van die kant het restaurant en de wasserij. Verderop de straat inlopend vangen we een glimp op van de enorme tuin, De tuin loopt over in een groot terras aan de andere zijde van het gebouw, langs de Nieuwe Prinsengracht. Ook aan die kant is het gebouw afgesloten door de gracht. Tuin en terras zijn dus alleen maar toegankelijk via het huis zelf. Het maakt dat het gebouw bij ons overkomt als een naar binnen gekeerd fort, waarbij nauwelijks contact mogelijk is met de omgeving in dit mooie stuk Amsterdam.

Een goede buur is beter dan een verre vriend
Verpleeghuis De Wittenberg (een huis van dezelfde zorgorganisatie Amsta) is weliswaar buur aan de overkant van de Kerkstraat, maar een brug tussen de twee huizen is er niet geslagen. Het zelfde geldt voor de andere buur aan de zijde van de Roetersstraat: de Universiteit. Het is hier wel erg moeilijk gemaakt om het gezegde: ‘Beter een goede buur, dan een verre vriend’ waar te kunnen maken. We weten: het gebouw is een monument, maar men had er bij de renovatie ook voor kunnen kiezen het gebouw meer open te breken naar de buurt, door op de plek waar zich nu de parkeerplaats bevindt een serre-achtige ruimte te bouwen, in aansluiting op het restaurant. Tenslotte is dat ook bij een monument als het Concertgebouw gelukt.
Nu is de enige plek, waar men contact heeft met het straatgebeuren de smalle stoep voor de ingang van het Sarphatihuis.

Dat blijkt ook een geliefd plekkie. Als de dames THe er langs fietsen treffen ze er vaak een aantal bewoners in hun rolstoelen op de stoep. Zij worden er vanuit de hoogte gadegeslagen door ‘De maagd van Amsterdam’ op het kanteel. Er arriveren twee busjes met cliënten voor de dagbehandeling. Ze worden allen bij hun naam welkom geheten door de twee vrouwen die de dagbehandeling. Dame T wordt wel even keihard geconfronteerd, wanneer zij een oud-collega uit het busje ziet strompelen: dement en z’n vest vol vlekken.

Etaleer je direct in de entreehal met plattegrond, goed gevuld folderrek en wat er vandaag/van de week te doen is
We lopen het gebouw in. De entreehal -met een mooie sculptuur- leidt naar de receptie. Vandaar lopen we weer een hal in, waar rolstoeltoiletten op uitkomen, die niet bepaald fris ruiken en waarvan de wastafels ook gedateerd zijn. 

 

In die hal staan ook een paar vitrinekasten met relikwieën uit het verleden. Er liggen onder andere muntstukken in, waarmee de bewoners in vroeger tijden hun versnaperingen konden betalen, maar ook een paar dode vliegen.

Er staat een folderrek, waar we niet echt veel wijzer van worden als het om de voorzieningen van het huis gaat. De folder van het Dr. Sarhatihuis die we wel op de website van Amsta aantreffen zit er zelfs niet in! Een plattegrond ontbreekt, waardoor je absoluut geen idee hebt wat zich waar bevindt in dit gigantische verpleeghuis. Het relatieblad van Amsta bedoeld voor personeel en externe relaties staat erin. Waarom niet de bewoners en hun naasten optimaal bediend? Ook op de website van Amsta treffen we niets van dien aard. Dat is echt een leemte waar ons inziens snel in moet worden voorzien, bijvoorbeeld door een digitale nieuwsbrief in te voeren. TIP Wat we wel heel leuk vinden is de folder Cultuur in de middag, waarin alle buurtbewoners boven de 55 + (waarom eigenlijk alleen die leeftijdsgroep, je zou ook juist jonge mensen met het verpleeghuis kennis willen laten maken) worden uitgenodigd voor fijne voorstellingen ondermeer in het atrium. En ook doet het ons goed de folder Vertroetel je ouders aan te treffen. Deze staat ook al als tip in onze gids ‘Thuis Voelen’.

Het atrium is DE centrale ontmoetingsplek
Het grootse atrium met zijn hemelhoge glazen koepel is echt DE ontmoetingsruimte van het huis. Het is opgezet als een groot terras aan de eeuwenoude, oorspronkelijke buitenmuren. Om toch intimiteit te realiseren in deze ruimte zijn er enkele lage muurtjes in geplaatst. In deze ruimte staan een piano, een jukebox, een voetbalspel en een biljart.

Er zijn meerdere uitgiftepunten voor eten en drinken en de ruimte is omgeven door verschillende voorzieningen, zoals een kapper, een restaurant, annex winkel. In het restaurant gaat je neus te gast bij de heerlijke soep die de kok vandaag op het menu heeft staan. De automatenkoffie daarentegen is niet veel soeps. Op de tafeltjes bij het restaurant een menukaart, een tip voor anderen. We komen dat maar weinig tegen bij onze bezoeken aan verpleeghuizen. Wel vinden we de tafels en stoelen gedateerd en van een typische verpleeghuisallure.

Er worden veel aaitjes en knuffels uitgedeeld
Ook tijdens onze officiële zorgvisite vallen we met de neus in de boter, want het atrium wordt gereed gemaakt voor een mode show. Bewoners worden vanaf de verschillende etages naar het atrium gebracht. Het is opvallend hoeveel mensen van een rolstoel of gemotoriseerde invalidenwagen gebruik moeten maken. Er wordt met tafels geschoven, stoelen worden weggehaald om zitjes te maken met voor iedereen een plekje met goed zicht op de show. Het wordt allemaal met liefde gedaan door medewerkers en vrijwilligers. Er worden veel aaitjes en knuffels uitgedeeld. Vers gezette koffie, thee en koekjes worden rondgedeeld. De lekkere muziek uit de ‘50-er en ’60-er jaren zet de handen en de kelen van de bewoners en hun bezoek in beweging. De Mokumse sfeer zit er goed in.

Het ‘thuis gevoel’ is op de afdelingen ver te zoeken
We spreken met verschillende naasten en vrijwilligers en worden al snel ingeschakeld om ook enkele bewoners van boven naar beneden te halen.
Boven op de gesloten afdeling passeren we een rookkamer, waar flink gedampt wordt. De gangen zijn ‘des instituuts’. Door de hoge plafonds voelt het niet benauwd aan. Kunst siert de wanden. Desondanks ontkom je in het gangenstelsel niet aan een gevoel van desoriëntatie. De ene afdeling volgt de andere op zonder dat je weet waar je bent aangeland. De tip: zorg voor een goede en inhoudelijke bewegwijzering doet ook hier meer dan opgeld. De gehanteerde flets-geel tinten in een aantal variaties op muur en de marmoleum beklede vloeren versterken de noodzaak ervan alleen maar.
In de grote woonkamer voor 21 bewoners worden -het is inmiddels half 11- de laatste ontbijtjes klaargemaakt. In de kleine open keuken doen de verzorgenden dat met hun gezicht naar de bewoners. De woonkamer die we zien, laat weinig ruimte voor het creëren van een thuisgevoel met zoveel rolstoelers. Ze zitten er op vaste plekken om drie tafels. In elk geval lijkt de belangstelling hier niet uit te gaan naar het huiselijk aankleden van de kamers. De ‘zusterspost’ grenst aan en geeft zicht op het gebeuren in de woonkamer.
Omdat de meeste bewoners niet zelfstandig uit bed kunnen, zijn ze voor hun tijdstip van opstaan afhankelijk van het verzorgend personeel, dat hen moet helpen bij het wassen en aankleden. Na tienen ontbijten en dan om 12 uur al weer aan de warme maaltijd te moeten beginnen, lijkt ons nu niet echt een pretje. Evenwel er wordt weinig geklaagd. De bewoners en de naasten die we spreken, uiten zich lovend over de verzorging en het eten. “De mensen zijn schoon en ze ruiken fris”, aldus een naaste. “Er valt hier veel te beleven. Op vrijdag- en zondagmiddag wordt er een borrel geschonken en dan is het hier echt leven in de brouwerij”. Een bezoekend echtpaar vindt het hier een walhalla, vergeleken met andere huizen in Amsterdam, waar ze ervaring mee hebben. “De bewoners worden liefdevol verzorgd”. Maar het is niet voor een ieder botertje bij de boom. Veel bewoners moeten het met weinig of helemaal geen bezoek stellen: “Je bent hier al gauw door je familie vergeten”

Vrijwilligers geven jeu aan het leven
Een vrijwilligster die hier al 28 jaar over de vloer komt -“nee nooit een lintje gehad, maar daar doe ik het ook niet voor”- is een ware vriendin voor veel bewoners. Nu, na haar pensioen kan ze hier twee hele dagen per week aanwezig zijn om met van alles en nog wat te helpen en leuke dingen met de bewoners te doen. “Ik heb nu een boekje met liedjes in m’n tas zitten, dus vanmiddag gaan we zingen”. Ze helpt de mensen ook met het eten. De afgelopen tijd heeft zich gelukkig weer een aantal nieuwe vrijwilligers gemeld. “En dat is hard nodig om jeu aan het leven te geven”. Wie als begeleider naar Artis wil betaalt 3 euro entree, terwijl de bewoners gratis toegang hebben met een kaart van het huis. Dat geldt ook de Hortus die niet ver weg is, “maar die is met z’n trapjes minder rolstoeltoegankelijk”.

De tuin is mooi, maar heeft meer potentie
We lopen nog even de tuin in. Die staat er mooi bij met vier perken die alle vier een thema dragen: smaak, reuk, tast en zien. Door het mooie weer van de afgelopen week staat er nog veel in bloei. De tuin heeft potentie om er nog veel meer van te maken met bv speelelementen en kleine dieren. De gemeente Amsterdam zou gevraagd kunnen worden er een aanlegsteiger te bouwen, zodat een rondvaartboot gemakkelijk van die plek kan vertrekken. Een aanlegsteiger ligt nu aan de overkant van de straat bij de Universiteit.

We passeren een en tweepersoonsslaapkamers, die behalve het beddengoed en wat schilderijen weinig persoonlijks verraden. Geen kamers om je op terug te trekken. De bewoners hebben er ook geen eigen douche- en toiletruimte. Het leven speelt zich overdag vooral af op de gemeenschappelijk woonkamers, waar ook de bedlegerigen, als het even kan naar toe worden gebracht.

En hoe zit het nu met het personeel?
De Amsterdamse arbeidsmarkt is sinds jaar en dag een moeilijke op het gebied van verzorgend en verpleegkundig personeel. Dame He heeft in een vorige functie aan de wieg gestaan van regionale personeelsplannings instrumenten, het bereiken van betere aansluitingen tussen opleidingen en gewenste functies in de zorgorganisaties en allerlei maatregelen om het maar aantrekkelijk te maken te gaan werken in de Amsterdamse zorg. In het Sarphatihuis ontmoeten wij vrolijke, zich zeer diensverlenend opstellende medewerkers, met een enorme compassie naar de bewoners. Er zullen ook hier vast tekorten aan medewerkers zijn en het is van ons een eerste indruk, maar de sfeer die wij proeven is absoluut goed . Uit het folderrek hebben een interne vacature-flyer van Amsta opgepikt. Daarin lezen we dat het Dr. Sarphatihuis een vacature kent voor een praktijkverpleegkundige, terwijl er over heel Amsta 51 vacatures zijn…

Er is letterlijk winst uit de plek te halen
Wij vinden dat het Dr.Sarphatihuis in het huidig tijdsgewricht in een Amsterdamse behoefte voorziet. Dat komt omdat het huis zo Amsterdams is; makkelijk, gezellig, vrijpostig en een tikje sleets. Maar is dat voldoende voor de toekomst? Daar volgt een luid en duidelijk Nee op. Dit soort enorme, eenzijdige verpleeghuizen, geheel AWBZ en een standaard, kleine kamer voor een of twee personen zal voor toekomstige generaties niet voldoen.

Een plek als van het Dr. Sarhatihuis, in de mooie Plantagebuurt in hartje centrum van Amsterdam en met een tweede verpleeghuis Wittenberg, de universiteit en Artis als directe buren, biedt uitgelezen kansen om tot nieuwe vormen van toekomstgericht en levensloopbestendig wonen te komen. De dames THe weten dat er plannen zijn voor de locatie Wittenberg om daar ook duurdere huur- en koopappartementen voor ouderen te realiseren. Wij pleiten er hartstochtelijk voor deze plannen niet los te zien van het Dr. Sarphatihuis, maar de beide locaties vooral in samenhang met elkaar te beschouwen. Dan is er ruimtelijk, organisatorisch maar vooral kwalitatief en zelfs letterlijk zoveel meer winst te behalen. En deze winst is terug te ploegen naar de minder bedeelde medemens. Zo kan Amsta de traditie van Dr. Sarphati in ere herstellen en voortzetten.

Voor de sfeer en reuring zouden we vier theekopjes geven, maar de woon- en leefkwaliteit is verre van optimaal en een krappe drie theekopjes waard. We middelen dus naar drie en half kopje.

Dames THe/Publicarea © 14 oktober 2011

2 Responses to “Dr. Sarphatihuis”

  1. Tineke van den Klinkenberg schreef:

    Beste Tineke,

    Goed om te lezen, dat je de tips uit onze gids ‘Thuis Voelen’ bekend maakt bij de groep verpleeghuismedewerkers die jouw scholing volgt, ter voorbereiding op het werken in kleinschalig wonen. Wij hebben er geen bezwaar tegen dat je onze tips opneemt in de reader die je daarbij gebruikt, uiteraard onder vermelding van de bron.

    De gids is overigens te downloaden via onze website https://www.zorgvisite.nl. Speciaal voor deze website hebben wij de gids in een handige vorm gegoten, waarbij per fase alle tips te vinden zijn. Via deze website zijn ook de andere twee boeken die wij geschreven hebben ‘Thuis Wezen en ‘Thuis Zijn’ te downloaden. We zijn benieuwd naar de Rotterdamse organisatie waarvoor je deze scholin verzorgd.

    Op deze website tref je ook informatie over het Traject ‘Houd de naaste vast’ dat wij uitvoeren/ uitgevoerd hebben in inmiddels een flink aantal verpleeghuizen in den lande en waarbij we heel praktisch te werk gaan om het bondgenootschap tussen naasten en medewerkers handen en voeten te geven.
    Daarbij betrekken we ook de staf- en steundiensen om hun werk veel meer te focussen op daadwerkelijke ondersteuning van de afdelingen en woongroepen,
    waarvoor de huizen ‘in het leven’ geroepen zijn en de naasten die er op bezoek komen.

    Op https://www.zorgvisite.nl vind je verder recensies, die wij schrijven over verpleeghuizen in Nederland. We beoordelen deze huizen met name op het thuisgevoel, dat we er al dan niet aantreffen. De bezoeken leveren steeds nieuwe tips op, die we vermelden in de nieuwsbrief, waarvoor
    belangstellenden zich kunnen inschrijven op deze website. We willen je vragen in je reader ook http://www.zorgvisite .nl op te nemen en deze website verder bekend te maken.

    Succes en een hartelijke groet,
    mede namens Hetti Willemse,

    Tineke van den Klinkenberg

  2. Tineke van Sleen schreef:

    Beste mevrouw van den Klinkenberg,

    In de maanden november en december 2011 verzorg ik een scholing ‘Kleinschalige wonen”.
    Het doel van deze scholing is om verpleeghuismedewerkers (ca. 120 personen)van een organisatie uit Rotterdam voor te bereiden op het werken in kleinschalige woonvormen.

    Voor deze specifieke scholing stel ik een reader samen, en gebruik hiervoor verschillende literatuurbronnen, waaronder uw boek “Thuis Voelen, een Gids voor naasten en verpleeghuis als bondgenoten in waardige zorg”.

    Vooral omdat ik het een geweldig praktisch boek vind voor mensen in de praktijk.

    Nu is mijn ervaring dat veel medewerkers in de zorg weinig lezen en al helemaal geen boeken.

    Het is mijn gewoonte om boeken en tijdschriften op de les-en leestafels te zeggen tijdens scholingsbijeenkomsten.

    Dit om (nieuwe) vakliteratuur onder de aandacht te brengen en het lezen ervan te stimuleren.

    Het boek “Thuis Voelen” ligt daar uiteraard ook, zoals vaker tijdens bijeenkomsten die ik verzorg.

    Nu mijn vraag: ik vraag uw toestemming om in mijn reader een overzicht te mogen opnemen van de tips uit uw boek.
    Waardoor ik, middels een bepaalde didactisch werkvorm, er gemakkelijk toegang tot geef voor de deelnemers en we er zo mee kunnen werken en leren.

    Graag verneem ik van u of u hiermee akkoord kunt gaat. Uiteraard vermeld ik de bron.
    Mocht u hierover vragen hebben, dan hoor ik die graag.

    Met vriendelijke groet,
    Tineke van Sleen

Geef een reactie